Aanbestedingswet treedt per 1 april 2013 in werking

De Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit treden beiden per 1 april 2013 in werking. De gids proportionaliteit en het ARW 2012 zijn inmiddels gepubliceerd waarmee alle stappen gezet zijn voor het nieuwe aanbestedingsbeleid. Aanbestedende diensten moeten zich vanaf 1 april aan de nieuwe regels houden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Sharon Takens.

E-mail: si.takens@aanbestedingsjuristen.nl

Telefoon: 06 50 45 1530


Aanbestedingswet gepubliceerd in Staatsblad

Op 8 november 2012 is de Aanbestedingswet gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2012, 542).

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot

E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl

Telefoon: 06 48 175996

 

 

 

Eerste Kamer stemt in met wetsvoorstel Aanbestedingswet 20.. (EK 32.440)

De Eerste Kamer heeft op 30 oktober 2012 gestemd over het wetvoorstel Aanbestedingswet 20.. met als resultaat dat het wetsvoorstel is aangenomen. Per wanneer de wet in werking treedt zal bij koninklijk besluit nog worden vastgesteld. Wetten kunnen per 1 januari of per 1 juli van een kalenderjaar in werking treden.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Sharon Takens.

E-mail: si.takens@aanbestedingsjuristen.nl

Telefoon: 06 50 45 1530

Behandeling Eerste Kamer wetsvoorstel Aanbestedingswet vervroegd

De Eerste Kamer heeft de behandeling van het wetsvoorstel Aanbestedingswet 20.. vervroegd naar dinsdag 23 oktober a.s.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Sharon Takens.

E-mail: si.takens@aanbestedingsjuristen.nl

Telefoon: 06 50 45 1530

 

Behandeling Eerste Kamer wetsvoorstel Aanbestedingswet opnieuw gepland

De Eerste Kamer heeft op 11 september jl. onder voorbehoud besloten het wetsvoorstel Aanbestedingswet op 30 oktober a.s. te behandelen. De behandeling zou op 11 september j.l. plaatsvinden, maar dat is (wederom) verplaatst.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot

E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl

Telefoon: 06 48 17 5996 

 

Aanbestedingsbesluit, Gids Proportionaliteit en ARW 2012

Op 10 juli 2012 heeft minister Verhagen het ontwerp Aanbestedingsbesluit, de Gids Proportionaliteit en het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012) toegezonden aan de Tweede Kamer. Het Aanbestedingsbesluit regelt een aantal onderwerpen uit de Aanbestedingswet, waaronder de inhoud van het model Eigen Verklaring, de Gids Proportionaliteit en het ARW 2012.

In het Aanbestedingsbesluit worden, onder andere, de onderwerpen die in de Eigen Verklaring aan de orde komen (zoals de naam en het adres van de onderneming en een verklaring aangaande de uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria) geregeld. Het model voor de Eigen Verklaring wordt nog bij ministeriële regeling vastgesteld.

Daarnaast wijst het Aanbestedingsbesluit de Gids Proportionaliteit aan als richtsnoer, waarin voorschriften zijn vervat die betrekking hebben op de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het proportionaliteitsbeginsel.

Het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012) wordt in het Aanbestedingsbesluit aangewezen als richtsnoer waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop aanbestedingen voor werken moeten verlopen. Het ARW 2012 is een herziening van het ARW 2005.

Voorschriften uit de Gids Proportionaliteit en het ARW 2012 dienen te worden nageleefd. Afwijkingen van een of meer van die voorschriften moeten in de aanbestedingsstukken worden gemotiveerd.

Op basis van het amendement Schouten/Ziengs (Kamerstukken II 2010/11, 32 440, nr. 50) wordt de Gids Proportionaliteit in het Aanbestedingsbesluit aangewezen als richtsnoer. Voordien was reeds een concept opgesteld voor een Gids Proportionaliteit, waarbij uitgegaan was van een gids met het karakter van een niet-bindend instrument.

De Gids Proportionaliteit en het ARW 2012 zijn gelijktijdig met het concept Aanbestedingsbesluit aan de Tweede Kamer gezonden. De Tweede Kamer kan reageren op het concept Aanbestedingsbesluit, de Gids Proportionaliteit en het ARW 2012. De Minister heeft de intentie de Aanbestedingswet, het Aanbestedingsbesluit, het ARW 2012 en de Gids Proportionaliteit met ingang van 1 januari 2013 in werking te laten treden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot.

E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl
Telefoon: 06 48 17 5996
 

Voorstellen nieuwe aanbestedingsrichtlijnen Europese Commissie en Wetsvoorstel Aanbestedingswet

Op 20 december 2011 heeft de Europese Commissie drie voorstellen gepubliceerd voor nieuwe richtlijnen op het gebied van aanbestedingsrecht:

1.COM (2011) 896: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gunnen van overheidsopdrachten (ter vervanging van de Richtlijn Overheden (2004/18)).
2.COM (2011) 895: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over het gunnen van opdrachten door de aanbestedende diensten werkzaam in de sectoren water, energievoorziening, vervoer en post (ter vervanging van de Richtlijn Nutssectoren (2004/17)).
3.COM (2011) 897: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gunning van concessies (nieuwe richtlijn).

Momenteel worden deze conceptrichtlijnen besproken met de verschillende lidstaten. De Europese Commissie streeft ernaar de definitieve tekst van de richtlijnen in de loop van 2012 vast te stellen. Uit de planning van de Europese Commissie volgt dat de richtlijnen uiterlijk 30 juni 2014 geïmplementeerd moeten zijn in de nationale wet- en regelgeving van de verschillende lidstaten.

Wat betekent dit voor het wetsvoorstel van de Aanbestedingswet die momenteel op behandeling door de Eerste Kamer wacht? Door deze nieuwe richtlijnvoorstellen is het huidige wetsvoorstel voor de Aanbestedingswet eigenlijk al achterhaald voordat deze in werking is getreden. De op handen zijnde wijzigingen van de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn namelijk niet in het wetsvoorstel opgenomen. Bovendien heeft geruime tijd nadat de voorstellen door de Europese Commissie zijn gepubliceerd - op 1 en 2 februari 2012 - de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel plaatsgevonden in de Tweede Kamer. Dat er nieuwe richtlijnen door de Europese Commissie zijn gepubliceerd, die tot wijziging van het wetsvoorstel voor de Aanbestedingswet nopen, is tijdens de behandeling in de Tweede Kamer in het geheel niet aan de orde geweest.

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van de Eerste Kamer heeft voorgesteld het wetsvoorstel plenair te behandelen op 11 september 2012. De Eerste Kamer heeft het recht het voorstel aan te nemen of te verwerpen. Het recht het wetsvoorstel te wijzigen (recht van amendement) heeft de Eerste Kamer niet. Indien de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt dan is het een reële mogelijkheid dat de Aanbestedingswet op 1 januari 2013 in werking treedt. Dit betekent dat wij reeds per 1 januari 2013 geconfronteerd kunnen worden met een aanbestedingswet die binnen afzienbare tijd (uiterlijk 30 juni 2014) weer moet worden herzien. Hopelijk komt tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer dan ook aan de orde dat dit onwenselijk is en verwerpt de Eerste Kamer het thans voorliggende wetsvoorstel. De voorstellen voor de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen kunnen dan allereerst in en nieuw wetsvoorstel voor een nieuwe aanbestedingswet worden verwerkt. Tot die tijd moeten we het dan nog even doen met het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) en het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (Bass). 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot.

E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl
Telefoon: 06 48 17 5996

 

Strategisch inschrijven toegestaan?

Er verschijnen steeds meer uitspraken op het gebied van strategisch inschrijven. Het enkel indienen van een strategische inschrijving is echter níet ongeoorloofd. Hierbij geldt wél de voorwaarde dat de inschrijving voldoet aan de eisen van de aanbestedingsdocumenten. Een inschrijver mag niet zo ver gaan dat de inschrijving de grenzen van hetgeen geoorloofd is overschrijdt en een manipulatieve inschrijving is. Een inschrijver mag de beoordelingssystematiek niet op een dusdanige wijze manipuleren dat het met de beoordelingssystematiek beoogde doel wordt verstoord.

Daarnaast is strategisch inschrijven niet toegestaan indien de aanbestedende dienst dit expliciet in de aanbestedingsdocumenten heeft verboden. Wij raden aanbestedende dienst aan om in de aanbestedingsdocumenten bepalingen op te nemen, waarmee strategische inschrijvingen worden voorkomen. Doet een aanbestedende dienst dit niet, dan loopt een aanbestedende dienst het risico een inschrijver die een (op onderdelen) strategische inschrijving indient, niet kan worden uitgesloten van deelname aan de aanbestedingsprocedure.

Publiq assisteert aanbestedende diensten bij het opstellen van dergelijke bepalingen in aanbestedingsdocumenten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot.
E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl
Telefoon: 06 48 17 5996

 _____________________________________________________________________

Uniforme eigen verklaring aanbestedingen

Per 1 oktober 2011 wordt door de Rijksoverheid bij Europese aanbestedingen alleen nog gewerkt met een Uniforme eigen verklaring aanbestedingen. De Rijksoverheid heeft deze Uniforme eigen verklaring aanbestedingen ingevoerd om de regeldruk en daarmee de lasten voor ondernemers te verminderen.

Inschrijvers en gegadigden moeten bij de inschrijf- respectievelijk de selectiefase van de aanbestedingsprocedure gebruik maken van de Uniforme eigen verklaring aanbestedingen. In deze verklaring moeten zij aangeven of zij niet onder één van de uitsluitingsgronden vallen en of zij aan de gestelde geschiktheidseisen voldoen. Inschrijvers/gegadigden hoeven bij inschrijving/aanmelding niet langer de bewijsmiddelen hiertoe in te dienen. Alleen van de winnende inschrijver/geselecteerde gegadigde(n) zal/zullen de bewijsmiddelen worden opgevraagd en de afgegeven Uniforme eigen verklaring aanbestedingen worden geverifieerd.

Met deze Uniforme eigen verklaring aanbesteding loopt de Rijksoverheid vooruit op de Aanbestedingswet. In het wetsvoorstel voor de Aanbestedingswet wordt het gebruik van de eigen verklaring voor aanbestedende diensten verplicht gesteld.

Aanbestedende diensten die niet tot de Rijksoverheid behoren kunnen vrijwillig gebruik maken van de Uniforme eigen verklaring aanbestedingen.

De eigen verklaring Beleidsregels integriteit en uitsluiting bij aanbesteding in Bibob-sectoren is per 1 oktober 2011 komen te vervallen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot.
E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl
Telefoon: 06 48 17 5996
 

Nieuwe standaardformulieren Europese Commissie

Europese aanbestedingsprocedures vangen over het algemeen aan met een aankondiging van de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie. Voor de aankondiging van deze opdrachten moet gebruik worden gemaakt van de standaardformulieren van de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft hiervoor op 19 augustus 2011 een nieuwe Verordening (842/2011) met nieuwe standaardformulieren uitgevaardigd. De oude Verordening (1564/2005) is hiermee ingetrokken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot

E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl

Telefoon: 06 48175996

_________________________________________________________________

Onderscheid subsidie en (Europees) aanbestedingsplichtige overheidsopdracht

De vraag die veel overheden momenteel bezig houdt is of de financiële middelen die zij verstrekken in het kader van een subsidieregeling wel als een zuivere subsidie moet worden beschouwd. Steeds vaker rijst bij hen de vraag of deze verstrekking van financiële middelen niet moet worden aangemerkt als een (Europees) aanbestedingsplichtige overheidsopdracht. De verstrekking van financiële middelen door overheden in het kader van een subsidieregeling vertoont vaak zowel eigenschappen van een subsidie als eigenschappen van een overheidsopdracht.

Vanwege het feit dat een voorwaarde voor toepassing van de aanbestedingsregelgeving (de Richtlijn Overheden en het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao)) een voorwaarde is voor de aanwezigheid van een Europese aanbestedingsplicht, hanteert het Hof van Justitie voor dit begrip een ruime en functionele uitleg. Het Hof van Justitie zal derhalve vrij snel aannemen dat er sprake is van een (Europees) aanbestedingsplichtige overheidsopdracht. Bovendien behoort definitie van het begrip overheidsopdracht tot het gemeenschapsrecht, zodat de vraag of er al dan niet sprake is van een overheidsopdracht uitsluitend op basis van het gemeenschapsrecht dient te worden beoordeeld. Dit houdt in dat de Nederlandse kwalificatie die aan de rechtsverhouding wordt gegeven niet relevant is.

Het maken van een onderscheid tussen een subsidie of een overheidsopdracht is geen sinecure. De elementen van de definitie van het begrip subsidie en de definitie van het begrip overheidsopdracht overlappen elkaar namelijk grotendeels. Slechts één element uit het begrip ‘subsidie’ vormt het onderscheidende element. In het geval van een subsidie worden door de overheid financiële middelen verstrekt ‘anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten’. Dit element staat lijnrecht tegenover het element ‘overeenkomst onder bezwarende titel’ uit de definitie van het begrip ‘overheidsopdracht’. Een bezwarende titel houdt juist wél de betaling in door een overheid voor aan haar geleverde diensten. Uit de wetsgeschiedenis, jurisprudentie, literatuur en een werkdocument van de Europese Commissie kunnen een aantal elementen worden afgeleid die bruikbaar zijn om te bepalen of er al dan niet sprake is van een betaling voor aan de overheid geleverde goederen of diensten. Het belangrijkste element is de mate van zeggenschap van de overheid over de invulling van de prestatie. Des te meer zeggenschap de overheid heeft over de invulling van de prestatie, des te eerder zal sprake zijn van een (civielrechtelijke) overeenkomst met wederzijds afdwingbare rechten en verplichtingen (overheidsopdracht).

Zélfs wanneer met zekerheid kan worden geconcludeerd dat sprake is van een overheidsopdracht, bestaat er niet automatisch een verplichting deze opdracht Europees aan te besteden met inachtneming van de regels van het Bao. Vaak kwalificeert de opdracht in dat geval als een overheidsopdracht voor B-diensten of een concessieovereenkomst voor diensten. Op overheidsopdrachten voor B-diensten is het Bao slechts beperkt van toepassing. Op concessieovereenkomsten voor diensten is het Bao in zijn geheel niet van toepassing. Overheidsopdrachten voor B-diensten en concessieovereenkomsten voor diensten behoeven niet Europees te worden aanbesteed met inachtneming van alle regels uit het Bao. Slechts indien voor deze opdrachten interesse bestaat van ondernemingen uit andere lidstaten (de opdracht een duidelijk grensoverschrijdend belang vertoont), dan is de overheid verplicht deze opdracht aan te kondigen en, wanneer zich geïnteresseerde ondernemingen melden, een vorm van aanbesteding te organiseren met inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. De verplichtingen die uit hoofde van de beginselen van transparantie en gelijke behandeling in acht moeten worden genomen strekken niet zover als de regels die gelden wanneer er een Europese aanbestedingsplicht is.

Tenslotte merk ik op dat ook in het geval er noch op basis van de Richtlijn Overheden/Bao, noch op grond van het EG-Verdrag een aanbestedingsplicht op de overheid rust, de overheid tóch gehouden kan zijn de opdracht aan te besteden. De praktijk leert dat overheden veelal een eigen aanbestedingsbeleid hanteren en dat in dit aanbestedingsbeleid de verplichting is opgenomen de verstrekking van financiële middelen die een bepaalde waarde overschrijdt, aan te besteden. Ook komt het in de praktijk voor dat in de subsidieregeling is bepaald dat een overheidsinstelling de financiële middelen slechts mag verstrekken na een soort aanbestedingsprocedure. Wanneer een aanbestedende dienst er voor kiest om vrijwillig een (vorm van) aanbestedingsprocedure te organiseren, dan is deze aanbestedende dienst op grond van de precontractuele goede trouw verplicht haar eigen ‘spelregels’ en de beginselen van gelijke behandeling en transparantie in acht te nemen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot.
E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl
Telefoon: 06 48 17 5996

_________________________________________________________________

Voortgang (wetsvoorstel) Aanbestedingswet
 

De Nederlandse wetgever is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe Aanbestedingswet. Deze Aanbestedingswet moet het thans geldende Besluit aanbestedingsregels voor overheden (Bao) en het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (Bass) vervangen. De aanleiding voor het ontwikkelen van een Aanbestedingswet was een rapport van de Parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid (PEC), waarin de PEC pleitte voor een helder en meer eenvormig juridisch kader voor aanbestedingen. Naar aanleiding van dit rapport heeft het Kabinet een uniform juridisch kader toegezegd voor zowel overheidsopdrachten voor werken als voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten.

Voor deze Aanbestedingswet is in 2006 een eerste wetsvoorstel (TK 2006-2007, 30.501) bij de Tweede Kamer ingediend en op 20 september 2006 door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel is echte op 8 juli 2008 gesneuveld in de Eerste Kamer.

Het Ministerie van Economische Zaken heeft daarna een nieuw wetsvoorstel voorbereid. Dit wetsvoorstel is op 6 juli 2010 door de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer aangeboden. De nieuwe Aanbestedingswet moet leiden tot meer concurrentie, minder administratieve lasten, een meer uniforme aanbestedingspraktijk en een eenvoudiger afhandeling van klachten.

In aansluiting op de Aanbestedingswet stelt de Nederlandse wetgever aanvullend beleid voor. Eén van de voorgestelde beleidsmaatregelen zijn richtsnoeren voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten, welke richtsnoeren zowel zien op Europese aanbestedingen als op nationale aanbestedingen. Voor aanbestedingen van overheidsopdrachten voor werken bestaat reeds het Aanbestedingsreglement Werken (ARW 2005), waarin het verloop van de aanbestedingsprocedure staat beschreven. Door het uitschrijven van procedures voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten beoogt de overheid te komen tot meer uniformering en een overzichtelijke aanbestedingspraktijk.

Het kabinet heeft op 28 maart 2011 via een nota van wijzigingen het wetsvoorstel nog wat aangescherpt. Ingevolge deze nota van wijzigingen mogen opdrachten niet meer zodanig worden geclusterd dat kleinere bedrijven geen kans meer maken op de opdracht. Ook is het niet toegestaan om onredelijke contractvoorwaarden te stellen. Hiermee moet worden voorkomen dat een kleine ondernemer alle risico’s van een bouwproject moet dragen, terwijl deze ondernemer zich hiervoor niet kan verzekeren.

Op 13 tot en met 15 januari zou de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel plaatsvinden in de Tweede Kamer. Deze behandeling is echter op het laatste moment opgeschort tot een nader te bepalen tijdstip. De reden van de opschorting van de behandeling is dat kamerleden zich beter willen voorbereiden. Wanneer de plenaire behandeling van het wetsvoorstel wél plaatsvindt is nog niet bekend.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mascha Semmekrot.

E-mail: m.semmekrot@aanbestedingsjuristen.nl
Telefoon: 06 48 17 5996

 

 


 

 

 

_________________________________________________________________

ARBIT: waarvoor wel en waarvoor niet?
De ARBIT (Algemene Rijksvoorwaarden bij IT overeenkomsten) leveren veel gemor op in automatiseringsland. Het probleem waar aanbieders van ict-diensten tegenaan lopen is dat aanbestedende overheidsdiensten de ARBIT te pas en te onpas van toepassing verklaren. En dat leidt tot problemen. Niet in de laatste plaats bij de betreffende overheidsdiensten.
In de toelichting bij de ARBIT wordt aangegeven waarvoor de ARBIT bedoeld zijn. In het kort: voor ict-producten en -diensten met een 'commodity'- karakter. Dat impliceert dat ze alleen bedoeld zijn voor producten en diensten die eenvormig, voorspelbaar en uitwisselbaar zijn. Kijk je naar de inhoud van de ARBIT, dan sluit die aan bij dit toepassingsgebied.

 

 


 

 

 


 

 

Nota van wijziging op de Aanbestedingswet

Meedingen naar opdrachten in een aanbestedingsprocedure wordt eenvoudiger en transparanter. Hierdoor krijgen met name kleine ondernemers meer kans opdrachten binnen te halen. Dat staat in de nota van wijziging op de Aanbestedingswet die minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie maandag 28 maart 2011 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Deze nota gaat vergezeld van een nota van wijziging. De nota van wijziging vloeit voort uit het Regeerakkoord. In het Regeerakkoord is opgenomen dat het midden- en kleinbedrijf en zelfstandigen zonder personeel meer kansen moeten krijgen bij aanbestedingen. In de nota van wijziging is een aantal voorstellen opgenomen dat uitvoering geeft aan deze passage uit het Regeerakkoord. Daarnaast wordt in deze nota van wijziging uitvoering gegeven aan de motie-Van Vliet, waarin de regering wordt verzocht een uniform kader op te stellen voor aanbestedingen onder de Europese drempelwaarden.

Bron: Pianoo 

 


 

Overzicht jurisprudentie 1-1-2011 t/ 31-1-2011 

 


Overzicht jurisprudentie 1-12-2010 t/m 31-12-2010


Overzicht jurisprudentie 1-11-2010 t/m 30-11-2010


Voorstel Aanbestedingswet op de schop voor kleine bedrijven

Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) komt met strengere regels voor aanbestedingen. Het huidige wetsvoorstel gaat hem niet ver genoeg, zei Verhagen tijdens de behandeling van zijn begroting vorige week in de Tweede Kamer. De minister wil de voorgestelde Aanbestedingswet van zijn voorganger en partijgenoot Van der Hoeven 'op een aantal punten aanscherpen'. Vóór 1 januari zal hij met een nota van wijziging komen. De aanpassingen moeten ondernemers verder tegemoetkomen. 'Het moet duidelijk zijn dat de overheid juist bij aanbestedingen aan de kant van de ondernemers staat. Dat wil ik concreet handen en voeten geven,' zei Verhagen. 

Bron: SC Online


 Overzicht jurisprudentie 1-10-2010 t/m 31-10-2010


Openbare aanbestedingen van brandverzekeringen

Nederland heeft van de Europese Commissie een Met Redenen Omkleed Advies ontvangen waarin de Europese Commissie - kort gezegd - vaststelt dat er in Nederland een administratieve praktijk bestaat om brandverzekeringen aan te besteden volgens een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking zonder dat dit in alle gevallen gerechtvaardigd is.

Bron: http://www.pianoo.nl


Onderzoek aanbestedingsrechtspraak in Nederland

Aanbestedende diensten als gemeenten, provincies en waterschappen zijn de laatste 5 jaar bij aanzienlijk meer gerechtelijke procedures betrokken geweest dan in de periode daarvoor. Dit blijkt uit een in deze maand gepubliceerd onderzoek dat in opdracht van het voormalige ministerie van Economische Zaken is gehouden. Het rapport geeft op basis van een kwantitatieve en kwalitatieve analyse inzicht in de gevoerde gerechtelijke procedures bij aanbestedingsgeschillen in Nederland in het tijdvak 2004 – 2009.

Bron: http://www.pianoo.nl/actueel/aanbestedingsrechtspraak-in-nederland


Overzicht jurisprudentie 1-9-2010 t/m 30-9-2010


 
 

Overzicht jurisprudentie 1-7-2010 t/m 31-7-2010


Aanbestedingswet naar de Tweede Kamer

Door heldere regels bij het aanbesteden, krijgen ook kleinere ondernemers een goede en eerlijke kans op overheidsopdrachten. De eisen die bij aanbestedingen aan het bedrijfsleven worden gesteld, moeten redelijk zijn. Uiteindelijk moet met de nieuwe aanpak rondom aanbesteden de lastendruk voor het bedrijfsleven met € 77 miljoen per jaar worden verminderd. De ministerraad heeft op voorstel van minister Van der Hoeven van Economische Zaken ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van een daartoe strekkend wetsvoorstel. De overheid koopt jaarlijks voor ongeveer € 57 miljard in. Van dit bedrag wordt € 18 miljard Europees aanbesteed.
Het wetsvoorstel aanbesteden zorgt ervoor dat eisen die aan opdrachten worden gesteld in redelijke verhouding moeten staan tot de opdracht.
Daarnaast komt er een einde aan de verschillende formulieren die aanbestedende diensten gebruiken. De ondernemer hoeft nog maar één formulier in te vullen. Pas als de ondernemer de opdracht krijgt, moet hij de officiële documenten inleveren. Tenderned publiceert alle opdrachten voor aanbestedingen zodat ondernemers alle aanbestedingen op één plaats kunnen vinden.
De nieuwe aanbestedingswet geldt voor alle overheidsopdrachten (onder en boven de Europese grens). Aanbestedende diensten en het bedrijfsleven moeten afspraken gaan maken over procedures bij aanbesteden onder de Europese grens. Elke gemeente hanteert op dit moment eigen regels bij bijvoorbeeld het verzoek aan twee of meer bedrijven om een offerte te doen. Het bedrijfsleven en de overheid krijgen vier jaar de tijd om afspraken te maken over uniformering en vereenvoudiging. Lukt dit onvoldoende, dan zal het kabinet met eigen regels komen. Naast het wetsvoorstel wordt een regeling voor laagdrempelige klachtenafhandeling geïntroduceerd, zodat ondernemers bij klachten over onredelijke eisen niet meteen naar de rechter hoeven. De klachtenregeling wordt in overleg met werkgeversorganisaties, het Rijk en de gemeenten verder uitgewerkt.
Naar verwachting treedt de nieuwe Aanbestedingswet op 1 juli 2011 in werking.

Bron: www.pianoo.nl


Overzicht jurisprudentie 1-6-2010 t/m 30-6-2010


Meer evenwicht in IT-overeenkomsten rijksoverheid

Er komt meer flexibiliteit in de contracten van de rijksoverheid met IT-leveranciers. Daartoe zijn nieuwe voorwaarden bij IT-overeenkomsten opgesteld. De ministerraad heeft op voorstel van minister Hirsch Ballin van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de nieuwe algemene rijksvoorwaarden bij IT-overeenkomsten (ARBIT) ingestemd. Uitgangspunt is dat in een goed contract rekening wordt gehouden met de belangen van beide partijen.
In de nieuwe ARBIT zijn bepalingen als de 'beroepsfout' en de 'meest begunstigingsclausule' niet meer opgenomen en worden er ook minder eenzijdige boeteclausules gehanteerd. Boetes ten laste van de opdrachtgever zijn in enkele situaties komen te vervallen.
Daarnaast is gekozen voor een redelijkere risicoverdeling bij de aflevering van producten. In de nieuwe ARBIT is een bijzonder accent gelegd op de verplichting van de IT-markt om zich vooraf nauwgezet te oriënteren op de organisatie van de opdrachtgever en op de verwachtingen die de opdrachtgever van het resultaat van de te sluiten overeenkomst heeft.
Bron:
www.pianoo.nl


Overzicht jurisprudentie 1-5-2010 t/m 31-5-2010


NTA 8058 – officiële norm voor aanbestedingsaudits gepubliceerd

Onlangs heeft het Nederlands Normalisatie Instituut NEN de norm NTA 8058 voor aanbestedingsaudits vastgesteld. De NTA 8058 is een Nederlandse technische afspraak die eisen beschrijft aan de aanbestedingspraktijk van aanbestedende diensten.
Achtergrond
Deze NTA vindt zijn oorsprong in de Europese norm EN 45503 die in het verleden gebruikt is voor de beoordeling van aanbestedingen door nutsbedrijven. Deze Europese norm is vervolgens omgezet naar een norm die mede geschikt is voor de beoordeling van 'klassieke' aanbestedende diensten, de Best Procurement Practice (BPP).
Doel
De NTA is ontwikkeld als instrument voor aanbestedende diensten om hun aanbestedingspraktijk te verbeteren. Door gebruik van dit instrument worden aanbestedende diensten ondersteund in de naleving van het aanbestedingsrecht en het eigen aanbestedingsbeleid en wordt een aanzet gegeven tot doelmatig aanbesteden. Certificering van het aanbestedingssysteem kan diverse aanvullende voordelen voor aanbestedende diensten hebben:
• Formele bevestiging van een goed werkend aanbestedingssysteem door een onafhankelijke certificerende instelling
• Communicatiemiddel naar eigen organisatie (interne klanten) en instellingen waarvoor aanbestedingen worden uitgevoerd
• Verhoogd bewustzijn bij eigen medewerkers en -organisatie van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid bij haar rol van inkoper/aanbesteder
• Communicatie en transparantie richting derden: inschrijvende ondernemingen, accountants en overige belanghebbenden
• Stimulans tot verdere verbetering en professionalisering van het aanbestedingssysteem
Organisaties die kunnen worden gecertificeerd
Onder de NTA 8058 kunnen aanbestedende diensten in de zin van de Richtlijn Overheden (2004/18/EG) en Richtlijn Nutssectoren (2004/17/EG) worden gecertificeerd. Een onderdeel van een aanbestedende dienst (bijvoorbeeld een dienst) of een bepaald project kan ook separaat worden gecertificeerd.
Eisen aan de aanbestedingspraktijk
De NTA stelt als eis dat de aanbestedingspraktijk van de aanbestedende dienst ten minste moet voldoen aan het voor die dienst geldende aanbestedingsrecht en aan het eigen aanbestedingsbeleid.
Wie certificeert?
De NTA schrijft voor dat een aanbestedingsaudit dient te worden uitgevoerd door een onafhankelijke certificerende instelling. Justitia & Themis (www.justitia-themis.nl) is de eerste Nederlandse certificerende instelling die bevoegd is om audits uit te voeren.


Overzicht jurisprudentie 1-4-2010 t/m 30-4-2010


Overzicht jurisprudentie 1-3-2010 t/m 31-3-2010


Overzicht jurisprudentie 1-2-2010 t/m 28-2-2010


Overzicht jurisprudentie 1-1-2010 t/m 31-1-2010


Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira)

Met ingang van 19 februari 2010 is de Wira inwerking getreden. Via onderstaande link komt u bij de tekst van de Wet van 28 januari 2010 tot implementatie van de rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira).

Bron: PIANOo


Overzicht jurisprudentie 1 december tot en met 31 december 2009


Overzicht jurisprudentie 1 november tot en met 30 november 2009


Nieuwe drempelwaarden

De Europese Commissie heeft de drempelwaarden in euro's (excl. BTW) voor 2010 en 2011 vastgesteld:
Drempelwaarden overheidsopdrachten en speciale sectoren 2010-2011:

  Centrale Overheid Decentrale Overheid Speciale sector
Werken € 4.845.000 € 4.845.000 € 4.845.000
Diensten € 125.000 € 193.000 € 387.000
Leveringen € 125.000 € 193.000 € 387.000

 


 

 

Bron: PIANOo


Wetsvoorstel implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira)

Op dit moment wordt de Wira (wetsvoorstel implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden) behandeld in de Eerste Kamer. Naar alle waarschijnlijkheid treedt de Wira in de eerste helft van 2010 na het eindigen van de implementatietermijn op 20 december 2009 in werking.
De rechtsbeschermingsrichtlijnen (richtlijn nr. 2007/66/EG) zullen vanaf 20 december a.s. zogenaamde 'directe werking' hebben totdat de Wira van kracht wordt. Dat betekent dat ondernemers zich, tegenover overheden, direct kunnen beroepen op de belangrijke bepalingen uit de rechtsbeschermingsrichtlijnen. 
Wat betekent dit in de praktijk? De rechtsbeschermingsrichtlijnen bevatten een aantal nieuwe elementen voor aanbestedende diensten.
Ten eerste wordt de aanbestedende dienst verplicht in de gunningsbeslissing voldoende gemotiveerd uitleg te geven over de redenen van zijn beslissing. Op basis daarvan kan een afgewezen ondernemer bepalen of hij bezwaar wil maken tegen de gunningsbeslissing bij de rechter. Voor veel aanbestedende diensten is het voldoende motiveren van de gunningsbeslissing op dit moment al staande praktijk.
Als de aanbestedende dienst de gunningsbeslissing onvoldoende motiveert, gaat de opschortende termijn van vijftien dagen niet van start. Een benadeelde ondernemer kan in dat geval, ook na de termijn van vijftien dagen, de rechter verzoeken de overeenkomst te vernietigen vanwege het aangaan van een overeenkomst zonder een geldig verlopen opschortende termijn. De opschortende termijn is namelijk niet van start gegaan bij gebrek aan een voldoende gemotiveerde gunningsbeslissing.
Ten tweede kan een benadeelde ondernemer naar de rechter om de overeenkomst te laten vernietigen in het geval de opdracht ten onrechte niet is aanbesteed. De rechter zal de opdracht bijvoorbeeld moeten vernietigen wanneer blijkt dat de opdracht is gegund zonder voorafgaande aankondiging en dit in strijd is met Bao of Bass. Slechts in uitzonderingsgevallen kan de rechter de overeenkomst (deels) in stand laten en alleen als dwingende redenen van algemeen belang dit rechtvaardigen.
Aanbestedende diensten kunnen een succesvol beroep op de directe werking van de rechtsbeschermingsrichtlijnen voorkomen door opdrachten in overeenstemming met het Bao of het Bass aan te besteden en gunningsbeslissingen goed te motiveren.
Bron:
Ministerie van Economische Zaken


Overzicht jurisprudentie 1-9-2009 t/m 30-9-2009


Houvast voor concurrentiegerichte dialoog

Wat moet je doen en laten in een concurrentiegerichte dialoog? De wet geeft daarin weinig houvast, dus bundelden PIANOo, de Rijksgebouwendienst, Rijkswaterstaat en Defensie hun ervaringen. Onlangs publiceerden zij hierover een brochure.
Het document geeft praktische tips aan aanbestedende diensten voor alle stadia van deze aanbestedingsvorm. Dat begint bij de opzet van het project en projectteam en loopt via de voorbereidingen, de documenten naar de dialoogfase en de definitieve inschrijving. Eén van de belangrijkste lessen volgens één van de auteurs, Jacobien Muntz-Beekhuis van PIANOo, is dat de mensen aan tafel ook bevoegd moeten zijn om beslissingen te nemen. "Het projectteam moet adequaat kunnen reageren op voorstellen van de markt. Het werkt niet als de projectteamleden voor elk detail terug moeten naar hun baas."
Bron: Cobouw, 10 november 2009


Europese Commissie grijpt in bij koffiecontract in Noord-Holland

De Europese Commissie vraagt Nederland een contract dat de provincie Noord-Holland voor de levering en het beheer van koffieautomaten voor de provincie sloot te herzien. De Commissie acht de gevolgde aanbestedingsprocedure in strijd met de Europese regels inzake overheidsopdrachten. Indien lidstaat Nederland niet binnen twee maanden een bevredigend antwoord op het met redenen omklede advies van de Commissie terugstuurt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie.

Bron: Europa Decentraal, 3 november 2009


Het rijksbrede model DBFM(O)-contract is af!

Het afgelopen jaar heeft een interdepartementale werkgroep voor "PPS bij het Rijk" gewerkt aan een model DBFM(O)-contract. Dit contract wordt in de toekomst door de deelnemende ministeries toegepast. Het model bestaat uit een algemeen deel met twee modules, één voor weginfrastructuur (DBFM) en één voor gebouwen (DBFMO). Hierin zijn de ervaringen uit de RGD- en RWS-projecten van de samenwerkende ministeries verwerkt.

Het doel van de standaardisering is om de uniformiteit van de DBFM(O)-contracten te bevorderen en daarmee transactiekosten voor zowel de markt als de opdrachtgever te verminderen. Zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer hoeven op deze wijze niet elke keer het wiel uit te vinden en de markt hoeft zich niet telkens intensief in elk deel van het contract te verdiepen om de bedoeling van de opdrachtgever te kunnen begrijpen. Naast verlaging van transactiekosten kunnen, door standaardisering en uniformering, marktpartijen makkelijker toetreden. De discussies en vragen tijdens de aanbesteding kunnen zich sneller richten op waar het eigenlijk om gaat, namelijk welke dienst moet er worden geleverd? Het model draagt bij aan een herkenbaar, efficiënt en doelmatig aanbestedingsproces voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, waarin de gehele levenscyclus van een project een plaats heeft. Het rijksbrede modelcontract draagt bij aan de interdepartementale kennisuitwisseling en -opbouw.

In het nieuwe modelcontract is een aantal beleidsmatige keuzes verwerkt. Zo is voor afhandeling van eventuele geschillen gekozen voor de gewone rechter (rechtbank). Met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrechten en octrooi, is gekozen voor het verkrijgen van een licentie door de opdrachtgever en niet automatisch voor het verkrijgen van de volledige eigendom ervan.

Het rijksbrede modelcontract is in april 2009 aan marktpartijen ter consultatie aangeboden. Zowel Bouwend Nederland als IPFA Nederland hebben hun waardering geuit over de kwaliteitsslag die met de modellen is gemaakt. Het model DBFM(O)-contract is inmiddels vastgesteld door de deelnemende ministeries. Het model DBFM(O)-contract is gesplitst naar de modules voor Rijkswaterstaat & Rijksgebouwendienst/Defensie.

In de praktijk is de waarde van een DBFM(O)-contract al meerdere malen aangetoond. Zo is bijvoorbeeld de N31 onder Leeuwarden enkele maanden eerder opgeleverd dan gepland en is men binnen het budget gebleven. Bij de Kromhoutkazerne te Utrecht is een optimale flexibiliteit van het complex bereikt, terwijl het gezamenlijk kantoor van de IB-Groep en de Belastingdienst te Groningen een van de duurzaamste kantoorgebouwen van Nederland wordt (winnaar Nederlandse Bouwprijs 2009).

Bron: PPS bij het Rijk


Overzicht jurisprudentie 1-8-2009 t/m 31-8-2009


Gestand doen van een aanbod

Een aanbestedende dienst was in het geval beslecht door de Raad van Arbitrage op 17 juni 2009, nr 30 165, van mening dat er inderdaad toch na het verstrijken van deze termijn een overeenkomst tot stand was gekomen. Om de aanbieder te dwingen na te komen, werd een procedure aanhangig gemaakt bij de Raad, want op de overeenkomst zouden de standaard RAW-bepalingen van toepassing zijn.
 
De aanbiedende partij betoogt echter, dat de Raad niet bevoegd is: er was volgens hem helemaal geen overeenkomst tot stand gekomen en dus was de Standaard niet van toepassing en daarmee de UAV 1989 evenmin. De aanbiedende partij vindt arbiter aan zijn zijde. Los van de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen en of arbiter bevoegd is over die overeenkomst te oordelen, is hij in elk geval wel bevoegd om te oordelen over zijn eigen bevoegdheid. Die kwestie is niet afhankelijk van het wel of niet overeengekomen zijn van een arbitraal beding. Dit volgt uit art. 1052 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
 
Over de vraag of er nu wel of geen overeenkomst tot stand is gekomen, oordeelt arbiter als volgt. Er is een openbare aanbesteding geweest op basis van het ARW 2005, houdende de bepaling dat een aanbod gedurende 45 dagen gestand moet worden gedaan. Het is mogelijk deze termijn te verlengen; de aanbestedende dienst kan dat vragen. Wordt de termijn niet verlengd, dan geldt dat na het verstrijken van deze termijn het aanbod (mits er gebruik van gemaakt is) is vervallen. Dan hoeft de aanbieder het niet langer gestand te doen en is de aanbestedende dienst vrij een nieuwe aanbesteding te beginnen.

Bron: Cobouw, september 2009


Wetsvoorstel van de minister van Economische Zaken tot implementatie van de rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden).

Dit wetsvoorstel implementeert Richtlijn 2007/66/EG. Met die richtlijn zijn de bestaande richtlijnen over beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten gewijzigd. De richtlijn voorziet in een termijn waarbinnen betrokken inschrijvers en gegadigden beroep kunnen instellen tegen een gunningsbeslissing van een aanbestedende dienst, vóórdat de aanbestedende dienst overgaat tot het sluiten van een overeenkomst met een beoogde wederpartij. Verder regelt de richtlijn dat een overeenkomst onverbindend kan worden verklaard, als een aanbestedende dienst de beroepstermijn niet in acht heeft genomen, of de verplichte voorafgaande bekendmaking van de opdracht niet heeft plaatsgevonden.

Bron: Pianoo, augustus 2009


Reacties consultatie wetsvoorstel Aanbestedingswet

Het ministerie van EZ heeft de ontvangen reacties op de consultatie van het wetsvoorstel Aanbestedingswet op haar website geplaatst. De reacties zullen niet separaat worden behandeld, maar worden betrokken bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel eind 2009 door de Tweede Kamer in behandeling zal worden genomen en voor het einde van de kabinetsperiode in 2010 in werking treedt.

Bron: ministerie van EZ, augustus 2009


Hof van Justitie EG over aanbesteden bij intergemeentelijke samenwerking 

Het verlenen van publieke diensten door intergemeentelijke samenwerking vereist  geen aanbesteding wanneer er geen private partner betrokken is. Dit is de beslissing van het Hof van Justitie EG van 9 juni 2009, in de zaak tussen de Europese Commissie tegen de Federale Republiek Duitsland (zaak C-480/06).

Bron: Europa Decentraal, juli 2009


Twee van drie gemeenten gebruiken Wet Bibob niet

Tweederde van alle gemeenten in Nederland screent de integriteit van vergunning- en subsidieaanvragers en inschrijvers op aanbestedingen niet of amper. Malafide ondernemers hebben in die plaatsen vaak vrij spel.

Tijdrovend

Dat blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur en dagblad Trouw. De Wet Bibob geeft overheden de bevoegdheid vergunning- en subsidieaanvragers en inschrijvers op aanbestedingen te screenen op banden met het criminele milieu. Alle 441 gemeenten deden mee aan het onderzoek. Vooral kleine(re) gemeenten vinden toepassen van de wet 'te tijdrovend', 'te ingewikkeld' of 'onnodig'.

Bron:
BinnenlandsBestuur, 28-08-2009


Overzicht jurisprudentie 1-7-2009 t/m 31-7-2009 


 

 

 

 

 

 











Copyright - Publiq aanbestedingsjuristen - LightNEasy 2.2.1